Pesten.nl is het anti-pest portaal

Blauwe plekken op je ziel

Blauwe plekken op je ziel – hockey

De briefjes met namen zitten in een plastic zak. Niemand wil dat haar naam wordt getrokken. Het lot is verschrikkelijk. Als schietschijf fungeren is niet waarom wij hier zijn vandaag. Iedereen wil spelen. Niemand wil in het doel staan. Snoeihard komen de ballen op je af. Strafcorners doen je hart sneller kloppen en het zweet tussen je keepers-harnas heen sijpelen. Strafballen zijn nog erger. Van dichtbij worden de kogels afgevuurd. Blauwe plekken blijven nog lang zichtbaar. Ik weet er alles van.

Zenuwachtig kijken we de coach aan. Of verbeeld ik me dat? Ik ben oprecht bang dat mijn naam wordt getrokken. Straks beland ik in dat doel en worden de ballen met de snelheid van een kanon op me afgevuurd. Natuurlijk ga ik de ballen ontwijken. Geen haar op mijn hoofd die eraan denkt om er proactief naar toe te springen voor het hogere doel (winnen, dus geen ballen doorlaten). Ik peins er niet over. Zodra een bal mijn kant op komt, ga ik liggen, doe ik een stap opzij of loop “per ongeluk” uit naar de verkeerde hoek. Doodeng vind ik.

De coach husselt de namen in de zak nog eens goed door elkaar en vraagt de aanvoerster om een briefje te pakken. Zelfverzekerd stapt ze naar voren en stopt haar hand in de zak. In haar hand zit een briefje in vieren gevouwen. Laat alsjeblieft niet mijn naam erop staan. Ze geeft het briefje aan de coach (haar vader). Resoluut vouwt hij het briefje open en zegt “Esmiralda”. Ik word misselijk en voel de tranen op komen. Ik wil niet in dat doel. Ik durf niet. Mijn teamgenoten lachen en zijn blij dat zij niet de klos zijn. Ze zeggen niets tegen me, maar een van hen duwt de zware tas met de keeperskleding in mijn handen. En daar sta ik dan. De coach zegt me nog op te schieten met het aantrekken van het pak. De wedstrijd begint al bijna.

Ik sleur het pak naar de kleedkamer en blijf net voor de drempel staan. Binnen hoor ik mijn teamgenoten lachen en elkaar de high five geven. “Geweldig dat ze het niet door heeft”, hoor ik een aantal keer zeggen. Opeens bekruipt me een nog vervelender gevoel dan ik al heb. Hebben ze me er in geluisd? Zachtjes loop ik naar binnen, ik sluip bijna zodat ze mij niet horen maar ik hen nog wel. “Geniaal plan om haar naam op alle briefjes te zetten”, gevolgd door een nieuwe schaterlach en handjeklap. Ik ben woest, maar voel me ook heel klein. Verlegen. Toch loop ik de kleedkamer in en stel direct de vraag “Hebben jullie mijn naam op alle briefjes gezet?”. Ze lachen door en knikken bevestigend. Zonder schaamte. In plaats van weg te lopen en te zeggen dat ze er allemaal in kunnen stikken, de schijt kunnen krijgen en een verwensing naar plekken waar de zon niet schijnt, vraag ik simpel “Waarom”.

De vriendin van de aanvoerster geeft het antwoord op mijn vraag.”De jongens van C1 en B2 komen kijken. Wij moeten er dus mooi bij kunnen lopen en niet in een raar pak in het doel staan. Stel je voor zeg! Bovendien kunnen wij beter hockeyen dan jij, dus is het ook heel logisch dat jij dat moet doen. En de jongens zijn ook niet in jou geïnteresseerd. Haha, als ze naar jouw mond kijken, rennen ze meteen weg. Wie wil jou nou ooit zoenen? Een hazenlip, een beugel en niet kunnen hockeyen. Wees blij dat je dat masker op mag, dat verdoezelt nog een beetje.” Ik schaam me. Ik schaam me diep. Ik zie ook wel dat zij mooier zijn dan ik. Gave gezichten, geen littekens, mooie haren. En dan ik. Een lelijk eendje met een enorme beugel, omhoog staande lip, littekens en een platte neus. Dat zij beter hockeyen dan ik, daar ben ik het niet mee eens. Ik kan het hardste slaan van iedereen. Dat weet ik (en zij ook). Hun woorden dringen verder tot me door. Zou er echt niemand op de wereld zijn die ooit met mij wil zoenen? Kan ik eigenlijk wel zoenen of klap ik dan met mijn tanden tegen iemand aan? Zou het pijn doen als ik iemand zoen? Ik probeer mijn lippen te tuiten zonder dat ik me bewust ben van de draken om me heen.

Door hun gelach schrik ik op. “Probeer je nu een zoen-mondje te maken? Dat ziet er pas echt idioot uit. Luister, Esmiralda, jij zal geen vriendje krijgen. Niemand wil jou. Je bent lelijk. Trek het keeperspak aan en let even op Jelle van C1 of hij naar mij kijk” De meiden lopen weg. Ik kan niets anders doen dan het vreselijke pak aantrekken. Ik probeer me te herinneren hoe Jelle eruit ziet. Straks houd ik de verkeerde jongen in de gaten. Het pak zit niet goed. Eigenlijk kun je dit ook niet goed alleen aantrekken. Er zitten zoveel gespjes. Verdorie. Zo goed en kwaad als het kan, ruk ik alles zo goed mogelijk vast en strompel vervolgens naar buiten. De coach staat geïrriteerd te wachten en vraagt of ik soms denk dat de hele wereld wel even op mij zal wachten. Hij zucht, schudt zijn hoofd en stuurt me het doel in. In het doel wacht ik mijn lot af. De afdruk van het geraakt worden, is al aanwezig. Deze blauwe plekken zullen niet verdwijnen. Een blauwe plek op je ziel is voor altijd.

 

mijnverhaal


4 Reacties
  1. Wat erg weet je in mijn hockeyteam pesten ze me
    Niet maar ze de hele tijd alsof zij nooit iets fout dien en dan roepen ze weer dingen naar me die ik beter moet dien dat is vervelend maar wat jij meemaakt is Nog erger je krijgt vast wel een vriendje er zijn genoeg jongens die jou leuk vinden maar het niet durven zeggen en je moet het tegen je coach durven zeggen en tegen je ouders die kunnen er vast wat aan doen of tegen je vriendinnen of mentor

  2. Heel erg pesten in mijn hockeyteam is het ook niet hoor

  3. pesten is heel erg niet grapig ben ook gepest

  4. ben ook gepest voeger is egt niet chil

Geef een reactie

Laatste nieuws

Raad van Advies

Prof. Dr. Ron Scholte
Director Praktikon; Extraordinary professor at Radboud Universiteit Nijmegen
Roger Pellemans
Accountmanager sector Gevangeniswezen Dienst Justitiële Inrichtingen, Ministerie van Veiligheid en Justitie
Bart Muller
Professional Independent Banking
Marijke van Venne
Directeur Openbare basisschool De Nienekes in Cuijk
Melissa Gasseling
Owner / Sales director at Ontwerpbureau SIS
Claire Gasseling
Owner / Creative director at Ontwerpbureau SIS

Nieuwsbrief

Samenwerking

Voor de invulling van het programma aanbod werkt de Stichting Pesten samen met de Radboud Universiteit Nijmegen.

Commissie van aanbevelingen

Katinka van den Berg
Directeur Context at work
Hans Stellingsma
Owner at Stellingsma Management BV
Peter Plaum
Sales director Simac SBS
Erik Hendriks
Directeur Zonnetrein bv
Bestuurslid “Stichting Oude Stad”
Werkplekbegeleider SIOS.

Word donateur!

Door Stichting Pesten te steunen, maakt u het mede mogelijk dat wij ons kunnen blijven inzetten voor de strijd tegen pesten.

Word donateur

Partners

  • Vertoorn Adviesgroep
  • rocomm
  • anetwerk